Persoonlijke hulpmiddelen
Mijn aanvraag (0 items)
U bent hier: Home Land van Heusden en Altena De Verhalenkaravaan De heidense uithoek Babilonia
Document acties
  • Verzenden
  • Afdrukken

De heidense uithoek Babilonia

Lang geleden was het Land van Heusden en Altena een moeras vol muggen. Totdat de Abdij van Sint Truiden monniken naar het land van de heidenen stuurde. Dat moet rond 1100 zijn geweest. Ze noemden de zedenloze uithoek Babilonia. De monniken bouwden een hoeve, een kapel en dijken. Alras gingen de eerste landlopers ter kerke. Het kon niet uitblijven dat Babilonia werd getroffen door rampen. De gelovigen dachten dat het einde der tijden was aangebroken toen in 1692 een aardbeving des namiddags om twee uur ‘het ghantsche landt en het waeter in de Weeteringh’ deed schudden. 
 
Ook in 1809 was de nood hoog. IJsdammen blokkeerden het rivierwater. De veldwachter had onraad geroken en snelde te paard Babyloniënbroek binnen. Hij schreeuwde tegen iedereen die het horen wilde: “Minse! Grôôt en klèèn! De dijke zijn bij Woerekum deurgebroke! Vlucht naor Den Hill of naor den zolder!’’ Boeren, boerinnen, dienstmeiden, knechten en vee renden voor hun leven. Onderwijl stortten zeven boerderijen en een schuur in. Het water steeg en steeg verder. Zonder mededogen en onheilspellend. 
 
Het witte geraas vermorzelde bijna alles... Velen namen hun toevlucht tot het koor van het hervormde kerkje. Dat was een paar jaar eerder bij een opknapbeurt twee meter opgehoogd. Dominee Johannes van Diepen stond als een goede herder aan de deur. “De zondvloed komt over ons en onze kinderen! Maar God bewaart de eenvoudigen!’’, riep hij tegen iedereen en dat kalmeerde. De vrouw van de dominee telde alle vluchtelingen. Liefst 59 mensen zaten hoog en droog in het koor van het kerkje. Het merendeel hervormden, een handvol katholieken, een paar afgescheidenen, en enkele ongelovigen. Ze zaten erbarmelijk, maar broederlijk bijeen. Een jongetje had zijn geitje meegenomen. “
 
We waore bekaant dôôd”, zei-ie en het dier knikte. Iedereen miste de koster. Die had in paniek de verkeerde afslag genomen. Hij zat te huilen in de kapel op Den Hill. Gelukkig was de voorzanger wel van de partij. Hij zette direct een gezang in. God had hen geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst... De avond viel en het werd duister in het koor van het kerkje. Zelfs de maan was geschrokken en liet zich niet zien. Een kind gilde in zijn slaap. Een moeder kermde dat ze haar kind kwijt was. Een boer, die zijn koeien had zien verdrinken, jammerde minutenlang. 
 
Iedereen bad om een wonder. God is een geheim en zeker geen automaat, maar het wonder geschiedde wel. De volgende morgen verscheen boer Aert Gertsoon van Hagoordt met een platbodem vol aardappelen, boerenkool en uien. Dominee Johannes van Diepen las dankbaar een gedeelte uit de bijbel. De vrouw van de dominee schilde samen met katholieken, hervormden, afgescheidenen en ongelovigen de aardappelen. De dominee zegende de boerenkoolstamppot en iedereen smulde en smakte… De mudvolle noodopvang duurde een maand. 
 
Op een goede nacht moest een vrouw bevallen. Of dat kwam door ‘die grouwelijke sonde van hoererije waartoe sij vervallen was’ weet niemand. Buitenechtelijke kinderen waren, ondanks de kerkelijke tucht, aan de orde van de dag. Boer Aert Gertsoon van Hagoordt was zo barmhartig om met zijn bootje de chirurgijn van Den Hill te halen. Onderweg viste hij een Statenbijbel uit het water. Het was ongemeen stil in het koor van het kerkje toen het kindje ter wereld kwam. Alleen het water klotste…
 
  • Zoek & Vind

    Zoekt u iets leuks of verrassends in het Land van Heusden en Altena?

  • VVV Twitter

    De uittips van Irma,
    volg ons via Twitter!